Okuklje, Mljet

Opvallend openhartige ontmoetingen in Okuklje

“Why you go there?” De man kijkt ons ongelovig aan als we hem vertellen dat we naar Okuklje op weg zijn. “But it’s boring.” Precies! Daarom willen we juist naar deze plek op het Kroatische eiland Mljet. Rust en eenvoud, here we come.

Vliegen, varen en rijden naar Mljet

Zodra we landen op het vliegveld ga ik met een vriendin meteen door naar de haven van Dubrovnik. De G&V veerboot gaat rond zes uur ’s avonds naar de haven Sobra op Mljet. We zitten nerveus op een terras het kleine huisje in de gaten te houden. Vanuit dat huisje worden de boottickets straks verkocht. Online hebben we horrorverhalen gelezen over urenlange rijen en mensen die net naast een kaartje grijpen. Het is nu eind september en van dat alles lijkt geen sprake. Gelukkig maar, maar ik kan pas echt relaxen als ik het ticket in mijn hand heb.

De veerboot is smerig. Het stinkt, de bekleding is al jaren niet gewassen, de ramen zijn smoezig. De boot is vrijwel leeg, dat geeft in ieder geval wat lucht. Een lucht die een mix is van benzine, rook en zweet. Na ruim een uur meren we aan in Sobra. Het is al donker. Er staan twee kleinere tourbussen, er zijn wat autoverhuurbedrijven, maar we kunnen geen enkele taxi vinden. In het haventje ligt een café waar we een taxi vragen. De serveerster en één van de weinige gasten kijken elkaar moeilijk aan. Dit lijkt een probleem te zijn. De gast, genaamd M., besluit ons op weg te helpen en biedt ons een lift aan. Hij tikt nog even z’n drankje weg, dooft zijn sigaret en staat op. We twijfelen een beetje, maar ja… wat moeten we anders?

Slingeren door de bergen

We leggen onze bagage in de kofferbak op een roestige autoband. Mijn backpack zit vol roestvlekken. De auto ruikt naar rook. M. checkt voor de zekerheid nog even ons verhaal. Willen we echt naar Okuklje? Weten we het heel zeker? Al pratend, en in een pittig tempo slingerend over de donkere bergwegen, leren we M. beter kennen en hij ons. Hij vertelt over zijn jeugd, de oorlogsjaren, hoe hij zich met z’n 28 jaar al oud vindt en nodig aan de vrouw moet, hoe hij appartementen bouwt en verhuurt op het eiland. Ik knijp ondertussen hard in de handgreep van de auto. M. kan de wegen waarschijnlijk dromen, maar zijn rijstijl is er eentje uit nachtmerries. Onderweg besluit hij ons toch naar de eindbestemming te brengen in plaats van ergens langs de weg te droppen. Waarom hebben we eigenlijk niet de bus gepakt, wil hij weten. Pardon? Welke bus? De kleine tourbussen blijken de reguliere bussen van het eiland te zijn. Bussen die precies één keer per dag gaan. Oeps.

We rijden een bergweg af richting een kleine baai. Okuklje bestaat letterlijk uit één straat. Als alle inwoners thuis zijn, dan zijn er 50 mensen in het dorp. De weg krult om het water en ik zie de luifel van onze accommodatie en het gelijknamige restaurantje. “Daar is het”, wijs ik M. Hij reageert verbaast: “How do you know?” Hij is misschien net zo achterdochtig over zijn lifters als wij over onze chauffeur. “Because I can read!” Het ijs is gebroken. Als we uit de auto stappen, bieden we hem wat geld aan. Geen idee hoeveel, want die Kroatische Kuna snappen we nog niet. Hij neemt het niet aan, hij heeft liever een biertje. Ook prima.

Uitzicht vanaf de baai van Okuklje.

Oh koekje!

De mensen van het verblijf heten ons welkom. Een oudere man, die later maar liefst zeven talen blijkt te spreken, brengt ons naar onze kamer die iets boven het restaurant ligt. We dumpen onze spullen en haasten ons naar het restaurant. We snakken naar een glas wijn. Dat hebben we wel verdiend. De zoon van de eigenaar helpt ons. Het is een lange jongen die nog niet helemaal lijkt te weten wat hij met zijn lengte aan moet. Hij is beschaafd en netjes. Zijn neefjes maken wijn op het eiland, of we die willen proberen? De rode wijn vloeit rijkelijk. Slechts twee andere tafels zijn bezet. Bij de laatste tafel is het feest: een man heeft net zijn vriend ten huwelijk gevraagd en dat wordt nu uitbundig gevierd. Uitbundig voor Okuklje-standaarden althans. Want behalve dit restaurantje, is er niks geopend op het moment.

Na een poosje schuift M. aan. We proberen wat Kroatische woorden uit. Hoe zeg je Okuklje eigenlijk? Ik spreek het uit als ‘oh koekje’. “Yes, exactly like that!”, roept hij enthousiast uit. Het enige woord dat me echt bijblijft is ‘Da’ (ja), dus dat roep ik maar te pas en te onpas. Als ik zeg dat zijn naam Italiaans klinkt, is hij minstens even verrast als toen ik aanwees waar we moesten zijn. “How do you know that?!” Mijn vriendin en ik kijken elkaar schouderophalend aan. Het leek ons nogal duidelijk. We hebben een heerlijke eerste avond in Kroatië dankzij de openheid van de mensen. M. vertelt over hoe de oorlog begon, hoe hij de ene dag met vrienden aan tafel zat en hoe zij de volgende dag opeens elkaars vijanden waren.

Part-time eilandbewoners

We leren dat de zoon van de eigenaar ervan droomt om kapitein te worden. Later fantaseren wij erop los hoe het met het restaurant en de kamers van zijn vader zal gaan. Is er een moeder? Had vader gehoopt dat zijn zoon het over zou nemen? Na het zomerseizoen gaan vader en zoon terug naar Dubrovnik. Zoon gaat daar weer naar school en volgt er precies het minimum aantal vakken dat nodig is voor een diploma. Dat zijn er drie of vier. Na de zomer gaan veel inwoners terug naar het vasteland. Het is immers het toerisme wat hen naar het eiland brengt. Vooral de jongeren kijken uit naar de wintermaanden. Want, zoals M. al zei, er is hier niets. Het toerisme bestaat vooral uit boten. Mensen die voor een paar uur of een nachtje aanmeren in het baaitje. Eind september tellen we nog maar een handjevol boten.

Slechts een paar boten meren aan het eind van de zomer aan in Okuklje.

De eigenaar is een potige vent. Volgens M. de beste kok van het eiland. We vermoeden dat hij te trots is om Engels te spreken. Hij steekt vriendelijk zijn hand op ter herkenning, maar daar blijft het bij. Hij verwent ons met lekkere voorafjes, een glaasje van het huis en ook op de dag van vertrek worden we verblijd met een gratis cappuccino. We voelen ons er schuldig onder. Als je alles gratis weggeeft, verdien je toch niks? Of zijn wij Nederlanders zo verhard dat iets belangeloos doen voor een ander steevast voor een opgetrokken wenkbrauw zorgt? Zelfs voor de lift die we krijgen naar de haven willen ze niks hebben. Wow. Wat komen wij hier met een heerlijk warm gevoel vandaan. Okuklje zelf is prachtig, maar de mensen zijn nog veel mooier.

Kim

Kim is de vrouw / de dame / het meisje achter Kimopreis.nl. Soms reist ze alleen, soms met vrienden. Zowel dichtbij als ver weg is ze altijd op zoek naar de mooiste ervaringen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *